donderdag 16 mei 2013

Competition

Recently a lot of attention has gone to the manipulation of research data and publication. While I strongly oppose to false data, I do understand why some researchers feel the need to do so.

The minute you receive your PhD, and start working as a post-doc, you are more or less expected to apply for your own grants. Which is actually a lot of fun, you get to share your ideas with other people and you are able to push your research to a direction that you are absolutely fascinated by. For me, it would imply you can actually do what you love and have complete faith in. In contrast to a funded position (as is the case with most PhD studentships) it is YOUR hypothesis, not one that someone had to explain to you. Working on your ideas always motivates me way more than any other brilliant idea someone may have.

Unfortunately, applying for (and obtaining) a grant is not as easy as it sounds. It takes a lot of time, but also a big portion of luck. Whether or not you have nice results from your experiments is not just depending on your skills as a researcher. Yes, you have to have those skills, without them you would be lost. But even with them, you can be completely lost. And you need those results to even get close to obtaining a grant. Recent calculations have shown that the time spend on obtaining a grant actually costs the research institute more than the grant is worth. If grants would be divided amongst institutes, and researchers would no longer have to spend time on writing proposals, research would advance a lot faster than when selecting the best (via grants) to do research. And it would actually be cheaper!

Unfortunately, even aware of those statistics, the scientific world does not work this way. People prefer a way to select and reward the best of the best, even though their time is wasted. Not only wasted time is a problem, it also leads to an extreme competition between researchers. And competition leads to avoiding co-operations. Researchers are suspicious of other researchers, prefer not to share their results and techniques. Just to be sure that they are the ones who get the credit if thing go better than just right. Because that credit will increases your chances on obtaining a grant.

In the end, we are holding the scientific community and developments back by grants. You cannot be an expert in everything, you need each other. We need each other. We need to work together and expand co-operations. But it doesn't help if you are competing against your colleagues at the same time.

I know that competition can also make people do their very best, that's why it's encouraged. But at this moment, it is going too far. It's not encouraging people to do their best, it's making people cheat. And the best cheater wins...

I always loved doing research. But I don't like the atmosphere. I don't like the researchers attitude. I'm hoping for a better world. A world in which we can work together, instead of working against each other and screwing each other over. Not for science, but for personal gain. I'm hoping for a world in which scientists do research to make the world a better place, to help all people, not just to help themselves. I'm hoping for a world in which we can put our differences aside or actually profit from them. I'm hoping for a world with honest, devoted scientists.

maandag 4 juni 2012

Proefschrift-Perikelen

Het schrijven van het proefschrift is het zwaarste onderdeel van een promotie. Dat hoor je van iedereen die het gedaan heeft en van een heleboel mensen die het niet gedaan hebben.

Een proefschrift schrijven terwijl je in behandeling bent voor OCD en een depressie... tja... dat helpt je motivatie niet echt.

Nu weet ik al best een tijdje dat ik obcessive-compulsive-disorder heb, of in de volksmond: dwangneuroses. In mijn vak is dat eigenlijk ook niet zo'n probleem, sterker nog, misschien is het wel een voordeel. Ik weet van mezelf dat het chaos is in mijn hoofd en heb daar diverse trucjes voor om te zorgen dat alles wat ik doe, wel volgens de juiste protocollen gaat. En ja, daar sla ik soms een beetje in door. Checken of je je autosleutel wel bij je hebt tijdens het rijden is ietwat overbodig (hij doet het echt niet zo goed zonder sleutel), maar als ik extra protocollen en formulieren voor m'n experimenten heb waarop ik alles opschrijf dat ik nodig heb, who cares?

Experimenteel heb ik me dus nooit heel erg gestoord aan m'n OCD, maar toen de depressie weer naar voren kwam, leverde dat wel zodanig veel problemen op, dat ik me zorgen maakte over mijn werk. Een depressie is een veel voorkomende 'bijwerking' van OCD. Nu wil ik daarmee geenzijds zeggen dat een depressie per definitie een bijwerking is, maar in mijn geval is wel zo. De verklaring daarvoor is dat mensen met OCD dingen doen waarbij ze denken dat ze het leven onder controle kunnen houden. Als dat niet lukt en je de controle kwijtraakt, dan is de stap naar een depressie klein.

Tijdens het schrijven, blijkt echter m'n OCD ook een stoorfactor te zijn. Ik vind vrijwel alles interessant, waardoor ik het erg moeilijk vind om ervoor te zorgen dat er geen onnodige informatie in m'n stukken staat. En de constante stroom van kritiek die je krijgt tijdens het schrijven, hoe vriendelijk ook gebracht, helpt natuurlijk ook niet heel erg. De spanning van het experiment doen, het plezier van je data uitwerken en interessante dingen vinden, dat mis je tijdens het schrijven. Het enige dat overblijft, is het ‪interpreteren van je data en de implicaties voor 'het grotere geheel'. Hoewel dat een interessant onderdeel is, is het vooral speculatie en weegt het niet op tegen alle kritiek die je op je manuscripten krijgt. Of tegen de tijd die het kost om iets goeds in elkaar te zetten.

Je zou denken dat het vrij simpel is. Jij wilt het zo snel mogelijk afmaken, je baas wil dat het zo snel mogelijk af is, je werkgever wil je liever geen verlenging hoeven geven en het UWV wil al helemaal niet dat je buiten je contract moet schrijven. En toch lukt het vrijwel niemand om het op tijd af te krijgen. Waar zit toch dat grote probleem dat er voor zorgt dat je 13 versies nodig hebt om een goed stuk te schrijven? Je zou denken dat de opmerkingen in minstens de helft van de versies samengevat zou kunnen worden. Maar je baas heeft zijn eigen schrijfstijl, jij hebt je eigen schrijfstijl en dat is heel moeilijk los te laten.

Mijn baas zei eerder, terecht, dat je proefschrift je baby is (met een olifantendracht van 4 jaar!). En je wilt niet van iemand horen dat je baby niet de mooiste van de wereld is. Dus waarom mag iemand dat wel over je proefschrift zeggen?

zaterdag 27 oktober 2007

Brains

Iedere keer als ik aan een nieuw project begin en lees over de ziekte waar het project om draait, realiseer ik me keer op keer hoe blij je mag zijn met een gezond brein. Elke ziekte is natuurlijk vreselijk, maar sommige ziekten lijken me net een beetje erger. Bij een infectie ziekte heb je tenminste nog iets dat je de schuld kunt geven, maar bij een auto-immuun ziekte is het je eigen lichaam dat je ziek maakt. Een depressie is nog erger. Lichamelijk lijkt er niets met je aan de hand, maar zo voel je je niet! Eigenlijk is er lichamelijk wel iets aan de hand, in je hersenen is er namelijk een stofje dat om de een of andere reden z'n werk niet kan doen, serotonine. En niemand schijnt te weten waarom. Maar dat er iets niet klopt in je hersenen, kun je van buiten niet zien. Dus de mensen die lijden aan depressie worden niet door hun vrienden en kennissen begrepen en komen daardoor alleen maar meer in een isolement. Werkt natuurlijk niet mee! Je voelt je al rot (niet dat 'rot' het kan beschrijven) en dan snappen je vrienden er ook nog eens niets van en laten ze je zitten. Kun je het je voorstellen?
Epilepsie is een ander geval. Gedurende de hele dag is er niets met je aan de hand, totdat je, opeens, een aanval krijgt. Iemand die dat nog nooit gezien heeft, schikt zich onnozel. Logisch, het ziet er ook echt eng uit. Maar gelukkig, ondanks dat epileptische aanvallen erg hinderlijk zijn, valt er wel mee te leven. Geneesmiddelen kunnen meer dan de helft van de patienten helpen en de aanvallen zelf zijn vooral gevaarlijk als ze starten in situaties die je aandacht nodig hebben. Desondanks is het natuurlijk van groot belang dat ook de patienten die niet zo goed reageren op de geneesmiddelen geholpen kunnen worden. Dus wordt er flink onderzoek aan gedaan. En terecht, want ondanks dat het hier misschien niet zo heel erg ernstig overkomt, epilepsie is geen lachertje! Breng wat tijd met een patient door en ik denk dat je onder de indruk zult zijn. Het beïnvloed en beheerst je leven en het kost heel wat aanpassingsvermogen om te leren om te gaan met epilepsie.

Het brein is iets om respect voor te hebben. Onze gedachten, hoop, herinneringen, intelligentie komt puur voort uit een aantal connecties tussen wat cellen. Wonderbaarlijk, een aantal 'simpele' connecties kunnen een herinnering van jaren terug oproepen. Net als een geur of het zien van een foto. En hoe slim we (en daarmee bedoel ik de mens) we onszelf ook vinden, we weten nog niet zo heel erg veel van hoe de hersenen werken en hebben het zeker nog niet kunnen namaken. Niet dat ik dat graag zou willen, maar het is vast iets wat bepaalde wetenschappers graag zouden proberen. Nee, geef mij maar de mens met z'n hersenen, daar kunnen we nog meer van leren dan wat we tot nu toe hebben gedaan. Of ieder willekeurig dier. Het bestuderen van dieren kan ons zo ontzettend veel leren. En als we eens een keer objectief naar dieren zouden kijken, zouden we zien dat we ontzettend veel met elkaar in gemeen hebben. Kijk naar hoe moeders met hun kinderen omgaan. En het onderzoekende gedrags van kinderen. Dat soort gedrag komt ook voor bij dieren! En ze zijn veel slimmer dan wij denken. Ons hondje weet precies hoe ze het voor elkaar moet krijgen om wat extra te snoepen te krijgen of hoe ze moet kijken om geknuffeld te worden. Arm beestje, denk je dan... maar eigenlijk worden we er goed ingeluisd! Ze weet ons verdomd goed te manipuleren...

En dat is mijn fascinatie voor de hersenen. Het lijkt allemaal zo simpel, wat cellen die wat signalen doorgeven, maar ondertussen maakt dat wel ons karakter, ons geheugen en onze gedachten. En terwijl je dat verder onderzoekt, blijkt dat hoewel die processen allemaal vreselijk ingewikkeld lijken, maar eigenlijk ook weer simpel zijn. Het is gewoon een kwestie van objectief blijven en niet dingen interpreteren hoe je graag zou willen dat het zou zijn. Een kwestie van jezelf vooral niet te serieus nemen...